Hoe inelkaargewikkeld of hoe impliciterend moet een gedichtinterpretatie zijn? Over ‘Aan Lesbia’ (Lucebert) Joris Gerits
De blasfemie in ‘Solvet Seclum’ van Leconte de Lisle Caroline De Mulder
“koning van de bosschen groot” De gepersonifieerde dromen van Guido Gezelle Dietlinde Willockx
Gedroomde afwezigheden. Fernando Pessoa en de (on)mogelijkheid van autobiografische poëzie Ingrid Van Gerven
Het dubbelzinnige “gedicht” Over Achterbergs Ballade van de gasfitter Pieter Van Dyck
Een “gorgelen van hellehonden in de hese blaf van een verloren kooikershondje”. Over de versplintering van het lyrisch subject in ‘Goya als hond’ van Stefan Hertmans Anne Decelle